verhaal Stefan

Dit verhaal vormt onderdeel van een serie verhalen over projecten die in de WAR zijn gemaakt. Voor een overzicht van alle verhalen klik hier.

Stefan Lehner (maakt lampen en andere objecten van PET-flessen)


Sinds 30 jaar maak ik gebruiksvoorwerpen van industrie-afval en nu ook uit huishoudelijk afval, dus afval van mensen. Ook ons eigen afval kan een upgrade gebruiken en het kan veel meer zijn dan alleen maar "kunst": door klein- of grootschalige productie kan een afvalproduct een tweede gebruik krijgen. In mijn werk probeer ik het oorspronkelijke product door te laten komen in het nieuwe object, en daarbij tegelijkertijd de nadruk te leggen op de oude en nieuwe functies, zodat mensen pas in tweede instantie zien dat het gaat om hergebruik. Hierbij wil ik niet alleen het product hergebruiken, maar ook het potentiëel hergebruiken die in het product zit.
 
Een plastic fles is in feite een hightech product, er gaat enorm veel kennis, techniek en knowhow zitten in het maken ervan, maar de meeste mensen weten dat niet. Het is maar een verpakking. Tegenwoordig worden flessen wel gerecycled , maar daarbij worden ze vermalen, het gaat alleen om het materiaal. Dan gaat alle inspanning die er in het ontwerpen en maken van zo'n fles is gaan zitten verloren, terwijl ook het product fles al andere toepassingen kan hebben dan alleen als verpakking. Er zit bijvoorbeeld een schroefdop op, waarmee het makkelijk kan worden bevestigd en het materiaal behoud makkelijk de vorm die je er aan geeft. Ook kunnen ze door middel van oppompen van de fles tot een structureel dragende constructie worden gemaakt.
 
Bij de WAR hebben we een installatie ontwikkeld om de lasersnijder in het FabLab zo aan te passen dat de flessen in een computergestuurde draaibank eronder kunnen worden geplaatst. Om deze aan te kunnen sturen moest echter de lasersnijder opnieuw worden geprogrammeerd. Dit zijn heel veel stappen die moeten worden gezet om de technologie en knowhow in een fles te kunnen hergebruiken, en geen bedrijf zou geïnteresseerd zijn om zoveel werk te doen daarvoor. Een universiteit in Zwitserland heeft berekend dat een industriële machine om flessen op een dergelijke manier te perforeren als wij hier met een lasersnijder hebben opgelost 70000 Franken zou kosten.
 
Hopelijk wordt het nu op een gegeven moment denkbaar voor producenten om door middel van kleine aanpassingen aan hun product, bij voorbaat hun flessen geschikt te maken voor een tweede gebruik na hun leven als verpakking. Daarbij valt te denken aan een iets grotere schroefdraad, of iets andere afmetingen, of zelfs ingegoten snijlijnen waarmee mensen zelf aan de slag kunnen.
 
De volgende stap is nu om een kleine productielijn op te bouwen. Doordat ik van de technologie in de WAR gebruik kan maken, kan ik deze ontwerpen veel sneller uitvoeren dan ik voorheen in mijn eigen atelier kon. Ik heb mijn werkplaats nu dan ook permanent naar de WAR verplaatst.
 
Bij de WAR is een open source webshop ontwikkeld. Hierdoor zou ik mijn producten veel goedkoper aan kunnen bieden dan wanneer ze in een normale winkel zouden liggen, waar de winstmarge die er voor alle betrokken partijen bij zou komen het product veel duurder zouden maken. Bij de open source webshop van de WAR worden alle deelnemers aan het programma met elkaar verbonden, waardoor in de toekomst een hele lijn van producten ontwikkeld in de WAR online zou worden aangeboden.
talen: aaennl